Opvallende filmmuziek

Opvallende filmmuziek

Dit jaar ging Het Gouden Kalf voor Beste Muziek naar Palmbomen, voor zijn muziek voor Prins. Palmbomen zat tijdens het gala in Chicago; zijn zus las zijn ontvangstspeech voor. Hij verklaarde daarin dat hij het niet eens was geweest met hoe zijn muziek gebruikt was en dat hij zelf verder niet zoveel had met de Nederlandse film. Niettemin wenste hij ons nog een leuke avond. De zaal kon er wel om lachen. De muziek van Prins bleek niet speciaal voor, laat staan òp de film gemaakt, maar aangelegd door (neem ik aan) regisseur en editor, en nota bene niet zoals de componist had gewild.

Muziek maken voor film is een specialistisch vak en filmcomponisten gaan diep; ze leggen spanningsbogen en reconstrueren de timing en dramaturgie van de film. Een goede score versmelt met de edit, de camera, de acteurs, de art direction. Natuurlijk stopt elke medewerker alle liefde en energie in de film, maar ik vermoed dat het bij muziek een stapje verder gaat. De score, sterker: elk stuk muziek daarbinnen, is een creatie gemaakt vanuit niks. En als je beleeft hoe, met de bijdrage van die creaties, de film groeit en tot leven komt, groeit er ook een extra sterke band tussen componist en film. Zo heb ik dat althans vaak ervaren.

Hoe zuur dus voor die filmcomponisten wanneer er dan muziek bekroond wordt waar niks van dat specialisme of die innige band in is terug te vinden!

Dus: wat ging er mis? Nou, in ieder geval was het niks nieuws. Het Gouden Kalf voor muziek bestaat 13 jaar en is in die tijd zeven keer gewonnen door pop- of jazz muzikanten die in veel gevallen niet eerder filmmuziek hadden gemaakt en dat daarna ook niet of nauwelijks meer zouden doen. In Hollywood is het niet veel anders: Gorgio Moroder, Michael Gore, Vangelis, Maurice Jarre, Herbie Hancock, Ryuichi Sakamoto & David Byrne, Gustavo Santoalalla, Trent Reznor & Atticus Ross; niet ruim de helft zoals hier, maar pakweg een derde van de Oscars gaat naar muziek die uit andere bronnen put dan die van traditionele filmmuziek en -al dan niet om die reden- opvalt.

Nu kun je van deze mensen, in tegenstelling tot Palmbomen, niet zeggen dat het hen ontbrak aan toewijding en diepgang. De conclusie die ik uit dit verhaal wil trekken is dan ook niet dat het raar is of slecht als afwijkende filmmuziek prijzen wint, maar dat filmvakgenoten het blijken te waarderen wanneer filmmuziek opvalt.

Zelf maak ik graag dienstbare, subtiele scores conform het adagium: als je filmmuziek niet hoort is dat goed. Ik heb ook niet vaak de ruimte gevoeld in een productie om eens een overweldigende muziekscène te maken. Maar misschien was ik wel te bescheten en moest ik maar eens wat minder dienstbaar stileren en wat meer opvallende voorstellen naar de edit sturen. De lage budgetten maken het risico nemen niet aantrekkelijker, maar hee: als je weet op te vallen kan je de volgende keer meer vragen.

De Nederlandse filmmuziek van het afgelopen jaar viel grotendeels in de categorie dienstbare Hollywood achtige filmmuziek. Dus doe mee: spring eens uit de band; verras je regisseur. Het veld ligt open.


Bart van de Lisdonk (een van die Kalf-winnaars die nog nooit een film had gedaan)